Verhuizing

Weet u? Stiekem ben ik al jaren in het bezit van mijn eigen domeinnaam. Natuurlijk bedoel ik www.theefiets.nl. Het was mijn bedoeling om ooit mijn weblog te verhuizen naar dit domein.

Inmiddels is het dan echt gebeurd. Wilt u, lieve lezer, mij blijven volgen, dan raad ik u aan één en ander te wijzigen in uw bookmarks. Theefietslog wordt afgesloten, lang leve Theefietslog versie 2.0!

Ik hoop dat u meeverhuist naar http://weblog.theefiets.nl!

8 April 2009
By on 11:07
Noaberplicht

Had ik net geschreven dat ik mijn bovenbuurman nauwelijks nog spreek, staat hij opeens voor mijn deur. Hij had een pakketje voor me, en na een tijdje aan de deur gekletst te hebben nodig ik hem uit wat te komen drinken.

Dat had ik beter niet kunnen doen. Op melk en karnemelk na is het enige drinkbare in mijn koelkast een flesje cola met een houdbaarheidsdatum van een halfjaar geleden. Dan maar een flesje wijn opentrekken, zeg ik, terwijl ik mijn kurkentrekker zoek. Als ik na enkele minuten nog steeds aan het zoeken ben, zegt de buurman dat hij best even wat wil ophalen van boven. Biertje dan maar?

En zo drinken we spontaan een biertje met elkaar, de man die nog drie dagen mijn bovenbuurman zal zijn en ik. We kletsen wat bij over zijn huis, mijn werk en onze straat, want daarover valt altijd genoeg te vertellen. Zo horen buren te zijn, bedenk ik me weemoedig terwijl de bovenbuurman een uurtje later mijn voordeur achter zich dichttrekt, maar niet voordat we hebben afgesproken dat ik binnenkort zijn nieuwe huis kom bekijken. En dat ik dan voor het bier zorg.

(Wie niet weet wat noaberplicht is, klikt hier.)

18 March 2009
By on 22:27
Goedkeuring

Ik heb niet zo veel contact met mijn buren. Alleen mijn bovenbuurman spreek ik met enige regelmaat, zij het tegenwoordig voornamelijk nog via hyves. Hij gaat namelijk verhuizen en is al maanden aan het klussen in zijn nieuwe woning. Ik vind het jammer dat hij vertrekt, ik heb nooit last van hem gehad en belangrijker nog: hij zegt geen last te hebben van mijn muziek. Als ik piano, gitaar of saxofoon speel, belt hij niet met een kwade kop aan en hij alarmeert ook niet de politie. Zelfs toen ik na een gezellig kroegavondje een paar muzikale cafégangers uitnodigde voor een biertje in mijn huis, waarna er een complete jamsessie ontstond met piano, gitaren, mondharmonica’s en Afrikaanse trommeltjes, werd mijn bovenbuurman niet boos. "Ja, ik dacht al dat ik iets hoorde toen ik ‘s nachts even wakker werd, maar ik heb er niet wakker van gelegen," was zijn reactie op mijn vraag hoeveel last hij van ons had gehad.

Ook mijn naaste buurvrouw vond mijn muzikale activiteiten prima. Eén keer vroeg ik haar of ze last van me had, en die ene keer verzekerde ze me dat ik wel hele dagen achter de piano mocht doorbrengen. Ze vond het zelfs mooi! Maar ook deze buurvrouw is inmiddels vertrokken en heeft plaats gemaakt voor een niet nader geïdentificeerde buur – in onze straat stelt niemand zich aan elkaar voor. Je kent elkaar gewoon, of niet, of je leert elkaar in de loop van de tijd wel kennen. Veel mag, maar vooral: niets moet. En je voorstellen als nieuwe buur al helemaal niet.

Schuin boven me woonde jarenlang een jong stel, maar vorig jaar hebben er Irakezen hun intrek genomen. Zoals het een goede Arabische familie betaamt, is mij volledig onduidelijk hoeveel mensen er eigenlijk precies wonen – de zoete inval is er niets bij – ik hoor er althans regelmatig veel verschillende stemmen. En die stemmen gebruiken ze maar al te graag. Niet dat ik er last van heb, nee hoor, bovendien heb ik geen recht van spreken, want ik maak muziek. Daarnaast heeft mijn Irakese buurman me ooit gevraagd of ik last had van zijn televisie. Sindsdien heb ik dat niet meer gehad.

Vanavond liep ik even de achtertuin in en zag ik in mijn ooghoek beweging op het balkon van mijn Irakese buren. Ik keek eens goed en zag dat twee mannen met de schotelantenne in de weer waren. "Hoi," zei ik. "Hoi!" riep mijn buurman vrolijk terug.

Na nog wat gehannes op het balkon ging de man die dan wel de schotelantennemonteur zou zijn, terug naar binnen, terwijl mijn buurman bleef staan. Ik was mijn bieslook aan het bewonderen en mijn buurman riep dat hij problemen had met zijn satelliettelevisie.

"Ja, ik kan wel de Astra krijgen, maar ik kijk altijd Arabisch televisie. En die zomaar opeens weg." Ik keek op.
"Hm, wat raar," antwoordde ik, terwijl ik me bedacht dat de schotel naar Mekka richten misschien een optie zou zijn, "maar ik heb geen verstand van Arabische televisie… ik zou het toch niet verstaan." Ik durfde het Mekka-grapje niet te maken, zo goed ken ik mijn buurman niet. Dus ik zei dat hij de schotel misschien boven op het dak kon zetten.
"Nee, zo moet goed zijn. Deed altijd goed. Ik weet niet waaraan ligt." De buurman had de smaak te pakken en vertelde verder. "Wij kijken altijd televisie van noorden van Irak. Is Koerdische televisie."
"Aha," zei ik, "wel fijn dat je zo een beetje op de hoogte kunt blijven."

We praatten wat verder, hij op zijn balkon en ik in mijn achtertuin. En toen kwam de vraag.
"Wat voor apparaat speel jij eigenlijk? Piano, of gitaar, ik weet niet?" De buurman beeldde het spelen van beide instrumenten uit met zijn handen.
"Piano, gitaar en saxofoon… Kunnen jullie dat goed horen dan?"
"Ja, maar geeft niet, is mooi!"
"Nou, gelukkig maar dan."
"Ja… ben jij daarmee bezig?"
Ik vroeg me af wat hij daarmee bedoelde en trok een gezicht dat blijkbaar nogal bij die gedachte paste. De buurman herhaalde zijn vraag.
"Ben jij daarmee bezig? Met muziek?"
Ik dacht hem te begrijpen en antwoordde. "Ja, gewoon als hobby, hè."
"Mooie hobby," zei de buurman, gelukkig zonder enige sporen van sarcasme.
"Ja, ik moet veel oefenen natuurlijk, vandaar," deed ik nog een laffe poging me te verontschuldigen voor iets waar niemand moeilijk over deed.
"Ja, natuurlijk." Het gesprek dreigde dood te lopen, maar gelukkig werd de buurman geroepen. Hij moest ongetwijfeld een Arabische zender opzoeken.

"Succes!" was zijn groet.
"Jij ook succes, met je televisie," antwoordde ik voordat ik mijn eigen huis binnenging. Gelukkig, weer een goedkeuring voor mijn hobby.


By on 22:08
Handsfree

Hoewel ik handsfree bellen achter het stuur een prima zaak vind, ben ik nog steeds niet gewend aan mensen die al hun telefoongesprekken via een oortje voeren. Verwonderde ik me jaren geleden al over mensen die, middenin een overvolle trein, ogenschijnlijk tegen niemand hun verhalen begonnen te vertellen, zo zat ik vandaag van de zon te genieten op een bankje in het park terwijl er een luid pratende jongen voorbij kwam. "Ja, zij heeft haar eigen leven, weet je, en ik heb het mijne, dus zo erg is het niet." Het duurde even voordat ik in de gaten had dat hij een telefoongesprek aan het voeren was.

En toch klopte er iets niet. Al wandelend en pratend in de zon maakte hij met beide handen brede gebaren, die zijn gesprekspartner toch nooit zou kunnen zien. Handsfree? Ik was blij dat deze jongen niet achter het stuur zat.

17 March 2009
By on 20:35
Dokter

In 2005 betrok ik mijn kleine fijne huisje in het mooie Haaksbergen, op een kleine tien kilometer van mijn ouderlijk dorp. En terwijl ik in mijn Utrechtse tijd altijd nog bij de ouderlijke huisarts stond ingeschreven, vond ik het na een half jaartje in Haaksbergen toch eens tijd worden voor een geneesheer die ik ook in geval van ziekte en andere ongemakken per fiets zou kunnen bereiken.

Ik vroeg wat rond in mijn omgeving en besloot op goed geluk de populairste dokter te bellen. Zijn assistente deelde mij vriendelijk mede dat het patiëntenbestand geen nieuwe namen meer aankon, maar verwees mij door naar een artsenpaar met namen die sommige vrienden en collega’s al noemden. Aldus zocht ik het nummer in het telefoonboek en belde het. Het mannelijke deel van het echtpaar nam op, hetgeen mij verbaasde. Ik legde de situatie uit, waarna de dokter mij verzekerde dat ik heel welkom was, maar dat hij mij wel even zou doorverbinden met zijn assistente. Ik bleek het spoednummer te hebben gedraaid.

Met de assistente, toevallig afkomstig uit mijn ouderlijk dorp, sprak ik af dat zij mijn dossier bij mijn oude huisarts zou ophalen. "Als je de dokter belt om je uit te schrijven, zeg je er maar gewoon bij dat Marieke de gegevens ophaalt. Dan begrijpt hij het wel."

Ik belde mijn oude huisarts. Die nam zelf op, omdat dat nou eenmaal zo gaat bij mijn oude huisarts, dat wil zeggen als zijn vrouw niet opneemt. Ik deed mijn verhaal en eindigde met "Marieke komt trouwens de gegevens bij je ophalen". Dat begreep de dokter niet. "Wie is Marieke?"

Uiteindelijk kwam alles goed, dacht ik, totdat ik een jaartje later het vrouwelijk deel van mijn nieuwe huisartsenpaar aan de telefoon kreeg. Zij wist mij te melden dat mijn zorgverzekering altijd nog geld uitkeerde aan mijn oude huisarts en vroeg of ik nog een keer naar mijn oude huisarts wilde bellen.

Deze keer kreeg ik zijn vrouw aan de telefoon. Die begreep er niets van en deed daar vele minuten over, totdat wij met beider instemming het gesprek afbraken. Ik heb het nummer nooit meer gebeld.

Ook het nummer van mijn nieuwe huisartsen draaide ik nooit meer, totdat ik twee weken geleden een zere pols had. Dat heb ik vaker, maar bij gebrek aan kracht om zelfs maar een beker vast te houden, besloot ik toch maar eens een afspraak te maken.

Dat ging zomaar niet. Vanaf acht uur ‘s ochtends belde ik op elk vrij moment, vanaf elke telefoon die ik op mijn werk tegenkwam. Ik trof de telefoon van de dokter óf in gesprek, óf aan het antwoordapparaat. "Wij hebben op dit moment werkoverleg, belt u in geval van spoed met ons spoednummer, te weten …". Dat nummer kende ik al.

Om half drie ging de telefoon dan eindelijk over en ik kreeg een assistente aan de lijn. Het was Marieke niet. "Voor wanneer wilt u een afspraak maken?" vroeg de mevrouw nog vriendelijk, maar toen ik uitlegde dat ik eigenlijk diezelfde dag had willen langskomen, maar de hele dag al aan het bellen was, veranderde haar toon. "Dat vind ik dan heel vreemd, want het was heel rustig vandaag."

Dat vond ik dan weer heel vreemd.

De volgende ochtend mocht ik dan eindelijk langskomen. De diagnose van mijn vrouwelijke huisarts was te verwachten: overbelasting. Een weekje diclofenac slikken was de uitkomst, en ik kon gelukkig geen blijvende schade aanrichten door gewoon te werken.

Na drie dagen diclofenac had ik geen noemenswaardige last meer en vond ik dat ik mezelf wel genoeg had blootgesteld aan medicatie. Toch vind ik het ergens wel een fijn idee dat ik, bij een eventuele volgende opkomst van pijn en krachtverlies, even bij de apotheek kan binnenstappen voor een kuurtje. Alles beter dan eerst een dag te moeten bellen.

10 March 2009
By on 20:49
Voordeel?

Ik ging naar de kroeg met mijn telefoon en kwam zonder thuis. Tussen deze momenten deden we er per Fiat Doblò alles aan om mijn telefoon te traceren, maar zonder resultaat. Teleurgesteld en onbereikbaar liep ik terug naar de kroeg, alwaar ik nog even naar binnen ging om de kroegbazin te vragen of ze écht geen telefoon had gevonden. IJdele hoop, zo bleek. Ze dacht met me mee en we kwamen tot de conclusie dat één van de belangrijkste materiële zaken in mijn leven toch echt in verkeerde handen of dito broekzak moest zijn gevallen.

Hoe dan ook, ik was toch weer in de kroeg dus ik bleef nog even naar een biljartwedstrijd kijken, het verhaal over mijn verdwenen telefoon vertellend aan de beide spelers. Die probeerden me te helpen – "Heb je je eigen nummer al gebeld?" Ja, dat had ik al heel vaak – en probeerden elkaar intussen genadeloos in te maken. In de spanning van het spel gooide één van hen zijn biertje om over mijn tas.

"Verdorie," zei ik, maar dan in iets minder nette bewoordingen, "eerst wordt mijn telefoon gestolen en dan is mijn tas ook nog eens helemaal doorweekt! Het zit me niet mee vandaag!"

"Wees blij dat je telefoon niet in je tas zit, dan was die ook nog eens kapot geweest," was het antwoord dat ik kreeg.

Ik dacht weer aan die bekende uitspraak van Cruijff. Die ging vanavond wel heel magertjes op.

9 February 2009
By on 00:30
Eenmaal, andermaal? Of: verkocht

Ik heb heel veel te zeggen, want de vorige week bestond uit heel veel nieuwe indrukken. Bergen, sneeuw, skiërs, snowboarders, meer dan twaalf uur onderweg zijn, chalets met sauna en poolbiljart, skiles, mijn eerste volledige controleverlies ("mama! ik ga dood! – o, wacht, dit is eigenlijk best gaaf… maar toch, voor de zekerheid: help!"), mijn eerste groene piste, mijn eerste blauwe piste, met blote armen in de sneeuw zitten en het niet koud hebben, vriendschap, ontzettend veel gezelligheid, Finding Nemo, een heel klein beetje après-ski (maar echt een heel klein beetje), zonnebrillen, belachelijk hoge prijzen, Jungle Speed, het piano spelen ontzettend missen, Fransen die wél goed Engels spreken, lopen op dingen die niet eens zo heel erg lijken op tennisrackets, voor elf uur in bed liggen, lopen op skischoenen, Huttenkloas, Heineken, freestyle demonstraties, Top 2000, skibussen, pistenbully’s en alle dingen die ik vergeet. Misschien komt er binnenkort nog een lang verhaal – ik heb in mijn dagboek geschreven. Voor nu houd ik het bij een paar punten.
1) Wintersport is een ontzettend dure hobby.
2) Ik wil volgend jaar weer op wintersportvakantie.
3) Ik zal dus moeten sparen.
4) Voor het eerst spreken mensen mij aan met "hee, je bent bruin geworden!", in plaats van het zeker wekelijks gehoorde "wat zie je bleek, ben je ziek?" (in al haar varianten).

Wat ik nooit had gedacht, hoewel iedereen me ervoor waarschuwde, is gebeurd: ik ben verkocht.

5 February 2009
By on 18:01
Vreemde gewaarwording

Het is een vreemde gewaarwording. Een half uur geleden was ik nog op een gezellig verjaardagsfeestje en over een half uur zit ik in een waarschijnlijk net zo gezellige bus. Maar de vreemdste gewaarwording is nog wel dat ik zondag, als alles meezit, mijn eerste skiles heb. Janneke op wintersport. Ik ben nog steeds niet helemaal gewend aan het idee, maar heb er wel ontzettend veel zin in. Laat de sneeuwpret maar komen!

24 January 2009
By on 00:55
De wedstrijd voorbij

"Dus je gaat de wedstrijd aan met je moeder," zegt haar collega voor aanvang van de vormselviering. Mijn moeder, lerares aan een lagere school, vervult op deze zondagochtend de rol van dirigente van het schoolkoor en van haar beide pianospelende dochters heb ik deze keer de eer om het koor te begeleiden.

Ik begrijp de opmerking van de man niet en antwoord: "Muziek is toch geen wedstrijd? Muziek verbroedert juist, dat is het mooie aan muziek!"
"Dan heb jij zeker nooit naar Idols gekeken," reageert een andere leerkracht droog.

Terwijl ik de minuten voorafgaand aan de mis volspeel met instrumentale versies van jongerenkoorliederen, denk ik na over die laatste opmerking. Natuurlijk speel ik niet tegen mijn moeder, ik speel met haar, wij werken samen. Mijn moeder, het koor en ik. En de docenten die af en toe een kind tot de orde roepen. Maar zelfs onder de kinderen is geen sprake van strijd.

De kinderen zingen enthousiast, de één zuiverder dan de ander. Er zijn zelfs enkele niet-katholieke leerlingen gekomen. Als er op de wereld maar één religie zou zijn, zou ze ‘muziek’ heten en er zou geen oorlog meer zijn.

Althans, voordat Idols bestond. Natuurlijk is kwaliteit belangrijk, maar muziek is meer dan dat. Muziek is gevoel en opeens werd mij duidelijk dat iedereen die zijn gevoel uit door middel van muziek, dat in mijn ogen gewoon moet blijven doen, wat een jury er ook over zou zeggen.

Dat sommige gevoelens beter privé kunnen worden gehouden, spreekt voor zich.

21 January 2009
By on 21:46
IJs

Stiekem heb ik elk jaar weer goede voornemens en natuurlijk zijn dat elk jaar dezelfde, die allemaal te maken hebben met gezonder leven. Elk jaar begin ik vol goede moed mijn leven aan die voornemens aan te passen, terwijl ik weet dat uiteindelijk alleen dat ene voornemen zal blijven hangen: genieten van het leven.

Vanavond heb ik genoten van het in de praktijk brengen van voornemen nummer achtendertig: meer bewegen. Al meer dan een week is het koud genoeg om te schaatsen, maar juist op die twee dagen dat ik tijd had en niet ziek was (voornemen nummer zevenentwintig, meer fruit eten, ten spijt, bracht ik afgelopen weekend anderhalve dag in bed door), was de ijschbaan gesloten. Het duurde dus tot dinsdag 6 januari, Driekoningen en de laatste dag waarop de midwinterhoorn geblazen mag worden, eer Janneke op het ijs stond.

Natuurlijk had ik broer en zus De Vries de eerste marathon op natuurijs zien winnen. Ik woon niet voor niets in Haaksbergen en ben er toch enigszins trots op dat mijn woonplaats niet alleen in verband met stroomstoringen in het nieuws komt. Overigens hadden we op zondag 28 december 2008, de dag van de marathon, ‘s middags zo’n twee uur geen electriciteit, en dat bewijst maar weer dat Haaksbergen en de plaatselijke ijsvereniging tot heel wat in staat zijn.

Hoe enthousiast ik ook raakte van het zien van de marathonschaatsers en het proeven van de sfeer, pas vanavond trok ik mijn eigen noren aan. U, vaste lezer, weet waarschijnlijk dat snelheid en lenigheid niet mijn sterkste eigenschappen zijn en ook mijn evenwicht werd op de proef gesteld. Na wat heen en weer krabbelen tussen peuters, kleuters en een enkeling die misschien al wél kon lezen – opeens zag ik voor me hoe mijn wintersportvakantie eruit gaat zien – besloot ik het te wagen op de echte baan.

Aangemoedigd door mijn zus – die bij haar geboorte alle sportgenen van mijn moeder heeft meegekregen, terwijl enkele van mijn vader voor mij bewaard bleven – krabbelde ik rondjes van vierhonderd meter per stuk. Eerst één, toen nog één en zo ging ik door, totdat ik er tien had geschaatst en het gevoel uit mijn voeten was verdwenen. Toen was ik een klein beetje trots op mezelf en vond ik het genoeg voor vanavond.

Het is 6 januari en voornemen nummer één staat nog steeds: ik, zomermens, heb vanavond genoten van de vrieskou.

6 January 2009
By on 20:51